History

SPORTHAL VLEDDER: een schets van de historie tussen 1985 en 2019

 

De aanloop

Op 18 juli 1986 is door de gemeente Vledder de Stichting Sporthal Vledder opgericht ten behoeve van:

Het realiseren van een sporthal te Vledder

  • Beheer en exploitatie van deze sporthal
  • Sportbeoefening bevorderen.
  • Het bestuur bestond allereerst uit :
  • De burgemeester als voorzitter ( tot de opening van de hal)
  • De voorzitters van de drie voetbalverenigingen ( BEW, Old Forward, v.v. Vledderveen) en de Sportvereniging Vledder.

Het bestuur zou uit maximaal 19 leden gaan bestaan; om allerlei redenen is dit aantal nooit gehaald. Vierambtenaren traden ook toe tot het bestuur, naast enkele vertegenwoordigers van sportverenigingene.d. , ten behoeve van het secretariaat, technische zaken, financieel beheer ( adm. en financiering).

Begin jaren ’80 initieerde de KNVB (al snel overgenomen door de Nederlandse Sport Federatie)de bouw van private sporthallen; het was een periode van privatisering en geldgebrek bij de overheid. Standaardisatie, bouwvolume, samenwerking tussen overheidsinstanties en inzet door de sportverenigingen dienden te leiden tot een groot aantal binnensportaccommodaties, niet in handen van de overheid maar van de sportverenigingen: verenigingshallen. Een basismodel werd gedefinieerd:

  • Afmetingen van 24 x 44 x 7 (1056m2)
  • Een “kaal” model, zonder kleedruimte en kantine, voor ca €340.000, incl. BTW
  • Een “aangekleed” model, met o.a. een kantine, voor ca. €460.000, incl. BTW

De gemeente Vledder, waar al een aantal jaren werd gesproken over een sporthal zag hierin mogelijkheden om het te realiseren en pakte het voortvarend aan:

  • De grond voor de hal werd “om niet” ter beschikking gesteld
  • Garantstelling voor een lening van ca. €630.000 ( Vledder ging voor het duurste model)
  • Burgemeester en ambtenaren namen het voortouw.

De N.S.F. realiseerde zich dat nauwe samenwerking met de rijksoverheid (ministerie van WVC vooral) en

de gemeenten (via de VNG) essentieel was: voor planologische zaken, afstemming met gemeentelijke sporthallen, financiering ( Nationale Sport Totalisator!) etc. Een pilot werd opgezet, waarbij in eerste instantie de gemeenten Roermond, Delft, Sneek en Vledder voor deelname werden uitverkoren. Vledder opteerde voor het ontwerp van Vaessen ( bouwbedrijf uit Vught), hetgeen werd toegewezen. Door een voortvarende aanpak kon op 21 november 1986 als eerste hal het bouwbord worden opgericht:

Op een perceel tussen de Lange Wanden en de Middenweg ( “in het bos ter plaatse van het ven of natte plek”, het zgn. brandweerveldje);

  • Veiligheid voor de fietsers kon worden verkregen door de aanleg van een fietspad vanaf de Torenlaan via de Lange Wanden naar de sporthal.
  • 85 parkeerplaatsen;
  • Uitbreiding van de “kale” opzet met ruimere tribunes, grotere kantine
  • Een op 14-1-1986 goedgekeurde financierings- en exploitatieopzet.
  • De relatie met de Tuinbouwschool (belangrijk voor de exploitatie) en de positie van de achterblijvende “sportzalen” in de Tippe en Wilhelminaoord (gebruik door de Tuinbouwschool) was nog niet geregeld.
  • Medio 1987 werd de naam “De Spronk” gekozen uit een groot aantal inzendingen; het betekent “galop” in het Drents; “te spronk“ staan betekent “startklaar staan om iets tot en goed einde te brengen” .

Op 19 juni 1987 werd de hal geopend. Van de bouw is een video-opname gemaakt.

 

Financierings- en exploitatieopzet

 Vanaf het begin van het plan voor verenigingshallen en ook in Vledder is veel gediscussieerd over de financiële haalbaarheid en een gezonde private exploitatieopzet.

De stichting sporthal Vledder is economisch eigenaar van de sporthal op basis van een erfpacht (eindigend op 1-10-2026)verleend door de gemeente; de stichting heeft een hypotheekrecht. De gemeente is juridisch eigenaar.

De financiering was als volgt geregeld:

  • Een annuiteitenlening van ca €660.000 via de BNG met gemeentegarantie ten behoeve van:
    • Bouwkosten van ca. €470.000
    • Inrichtingskosten van ca. €27000
    • Overige bouwkosten, vooral voorzieningen voor het gymonderwijs, van € 61000;
    • Buitengebeuren van ca. €45000
    • Het meer/minderwerk bedroeg ca €60000.
  • Sponsoring (reclameborden) en activiteiten door de inwoners, zoals een sponsorloop voor de tribunes, het knopen van een wandkleed, het graven van gleuven voor buitenverlichting door de brandweer.
  • Na subsidies van WVC (ca. €32000), S.N.S (ca €12000) is een financieringstekort van ca €55000 voorzien; latere bijdrage van Verenigingshallenplan (ca €32000) en NSF (ca €6000 via BEW)

De lening is in latere jaren verhoogd en overgesloten t.b.v. een lagere rentelast ( 1999; looptijd 28 resp. 29 jaar). De exploitatieopzet was op papier op 14-1-1986 sluitend. Aftrekbaarheid BTW was geregeld in de Stichting; dit is ca 9 jaar later geschrapt door de belastingdienst.

Begin 1988 bleek al dat de bijdrage van de Tuinbouwschool fors minder zou zijn en ook die voor het basisonderwijs; totaal ruim €23000. Bovendien moest bijna €8000 meer rente worden betaald. In de exploitatieopzet was gerekend met een bijdrage door de scholen van 68% en de sportverenigingen van 22%!

Ter compensatie voor de lagere onderwijsbijdragen besloot de gemeente eind 1988 een eenmalige bijdrage te geven van ca €240.000 en begin 1990 een eenmalige van ca. €27000. Hierbij moet worden bedacht dat de Stichting ca €45000 extra had geïnvesteerd ten behoeve van het gym-onderwijs.

Beheer en exploitatie van de hal/kantine werd onderhands gegund aan de heren Bosma en Smit uit Vledder (pachtovereenkomst; beide op parttime basis)); zij zouden de kantine ook inrichten (initiële kosten geschat op ruim €30.000). Vanaf 1-9-1994 werd dit alleen door de heer en mevrouw Smit gedaan, met voor het beheer ook enkele jaren mevr. W. Wanningen (50%).

Een eenmalige gemeentelijke bijdrage van ca €45000 wordt in 1995 ter beschikking gesteld. In devolgende jaren wordt regelmatig een bedrag toegekend vanwege de permanente tekorten op hetbegrote resultaat (veelal voor specifiek onderhoud/vervanging), zodat geen verlies werd geleden. Vanaf 2003 zijn de tarieven (gelijktrekking met de Hulsebosch, de gemeentelijke sporthal in Dwingeloo, wordt pas in 2013 gerealiseerd) en mogelijke bezuinigingen permanente gespreksonderwerpen met de gemeente. De constructie van een begrote exploitatiebijdrage leidde vaak tot een extra bijdrage achteraf en uiteindelijk tot een (dreigend) negatief eigen vermogen.

Een sluitende exploitatieopzet zonder een dergelijke bijdrage is door de jaren heen niet mogelijk gebleken. De forse stijgingen van de huurtarieven ( bezuinigingen bij de gemeente in 2012 etc.) hebben dit niet kunnen tegenhouden, integendeel: het gebruik nam sneller af. Na enkele jaren is dit deels teruggedraaid op basis van onderzoek door het bestuur naar de huurtarieven in de omgeving (2016)

De opbrengst van de reclameborden werd vanaf 2009 (de nieuwe beheersovereenkomst) voor 50% buiten de exploitatie gehouden; dit werd in 2016 100% en werd door het bestuur besteed voor steun aan de activiteiten van de sportverenigingen en eigen sportactiviteiten, zoals bijdrage voor een multifunctioneel wandrek, air-track, trimbaan, aanschaf A.E.D. en gebruik/scholing ervan, spelmiddagen voor kinderen. In het begin was dit weliswaar een onderdeel van de exploitatie, maar werd deels (ook via de gemeente) gebruikt voor een “plaatselijk sportstimuleringsfonds”, voor alle soorten sport en bewegen.

Het gebouw

Al kort na de opening waren er problemen met de kwaliteit van het gebouw, in het bijzonder met het (platte) dak: lekkages en vocht. Dit heeft in eerste instantie ca 8 jaar geduurd en werd geweten aan fouten bij de bouw (door de stichting)en nalatig onderhoud (door de bouwer). In 2002 volgt nog een onderzoek van de daken en aanbevelingen voor aanpassingen, uitgevoerd in 2003/2004. Met het oog op besparing van energiekosten zijn in de loop van de jaren veel kleine aanpassingen gedaan om gas- en stroomgebruik te beperken, b.v. energiezuinige TL-buizen in 2013. Structurele aanpassingen zijn niet gedaan en worden als “problematisch” beoordeeld vanwege de opzet van de bouw/kwaliteit. In 2016 is plaatsing van zonnepanelen onderzocht; vanwege geringe draagkracht van het dak bleek dit niet mogelijk. In de sporthal is o.a. in de vloer bij de tribunes asbest geconstateerd in 2016. Volledig onderzoek moet nog plaatsvinden met het oog op verwijdering, uiterlijk in 2024.

Bestuur van de stichting

Direct na de opening van de sporthal trad de burgemeester terug uit het bestuur;

Reinder Zuil werd zijn opvolger. Het uitvoerende werk (technisch, adm./financieel en secretariaat) bleef in handen van de ambtenaren in het bestuur; de gemeente was ook statutair in het bestuur vertegenwoordigd. Dit was wel zo handig, aangezien er zowel financieel als bouwkundig/qua uitrusting van het gebouw heel wat te doen was. Na de vorming van Westerveld en het verdwijnen van Vledder als zelfstandige gemeente veranderde er geleidelijk aan het een en ander. Voor de nieuwe gemeente was de relatie tussen de sporthal en de gemeente te innig; directe betrokkenheid van ambtenaren bij de uitvoering van bestuurstaken diende te stoppen en de verantwoordelijkheid van het bestuur voor het dagelijks beheer en exploitatie diende te worden vastgelegd. Ook bezuiniging op het ambtenarenapparaat speelde een rol.  Bovendien leefde de gedachte dat bij een terugtredende gemeente  en door de directe invloed van vertegenwoordigers van verenigingen een beter bij hen passend beleid mogelijk zou worden. Ambtelijke deelname in het bestuur eindigde geheel in 2008. In het bestuur was geen animo voor het secretariaatswerk en geen kennis van boekhouding. Lange tijd deed de voorzitter (sinds 1995 Cor Jongerden) bijna alles (met enkele jaren een penningmeester en verder externe administratieve hulp na het wegvallen van de ambtelijke ondersteuning). Na vele en vaak moeizame gesprekken, die zich voortsleepten vanaf 1999 werd eind november 2009 (nadat het bestuur in mei 2009 eerst was opgestapt) een beheersovereenkomst getekend, waarbij de gemeente zich zou “beperken tot een toezichthoudende, controlerende en adviserende rol”. Aangezien de sporthal ook gymnastieklokaal was voor de scholen bleef de daarvoor benodigde uitrusting (de zgn KVGO-lijst) een zaak van de gemeente. Met betrekking tot het onderhoud van het gebouw werd een deling van verantwoordelijkheden overeengekomen.

Nieuwe statuten werden opgemaakt.

In deze periode (2003-2009) liep het aantal betrokken bestuurders terug, maar bleef het beheer en de bedrijfsvoering van de sporthal op een goed peil door continuïteit van de twee parttime medewerkers( fam. Smit), tezamen één FTE en ad hoc ondersteund door vrijwilligers.

Sinds 2013 is de bestuurlijke situatie stabieler met een ervaren penningmeester (2012) en nieuwe voorzitter en secretaris(2014).

In 2016 verscheen een eerste “maatschappelijk jaarverslag” over het reilen en zeilen van de sporthal voor de sportverenigingen en “verenigingen dorpsbelang” in de ruime regio.

De beheersovereenkomst eindigde na 10 jaar, met een mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging met steeds een jaar. Het bestuur heeft in het voorjaar 2018 aangegeven om een aantal uiteenlopende redenen geen verlenging te willen en deze onvolledige “privatisering” als niet-geslaagd te beschouwen.

 

Gebruik van de sporthal 

Het gebruik van de sporthal stemde kort na de opening tot tevredenheid, incl. de met het plan van de verenigingshallen bewerkstelligde “promotie van Vledder”. In de jaren ’90 was er ruim gebruik van de sporthal door de scholen en ook de sportverenigingen groeiden en bloeiden. Sporadisch werd de hal voor andere zaken (een ondernemersbeurs, b.v.) gebruikt Na de eeuwwisseling werd zichtbaar dat het gebruik door de scholen terugliep (basisscholen, vertrek van de tuinbouwschool) en ook de algemene tendens tot achteruitgang van de traditionele verenigingssporten werd zichtbaar. Vooral na 2010 ging het hard, b.v. de basisscholen gingen van 720 uur (2013) naar 480 uur (2017) en de verenigingen/bonden van 1157 (2012) naar 701 (2018). Weliswaar werden enige activiteiten ondernomen, vooral door de kantinepachter/beheerder om nieuwe gebruikers aan te trekken (en natuurlijk voor omzet in de kantine te zorgen), maar de algemene teruggang was onontkoombaar met een bezettingsgraad van 50-60% van de reëel beschikbare tijd in de laatste 10 jaar. Niet verwonderlijk voor een binnensport accommodatie: vooral in de maanden januari – maart is de bezettingsgraad hoog, b.v. 89% (2013) en 72.5% (2018) en verder ook in de maanden oktober – december.

Overigens: in financiële zin geven aanvullende activiteiten weinig netto-opbrengsten, wel in maatschappelijk opzicht.

De opzet van de verenigingssporthal uit de jaren ’80 gaf ook weinig ruimte voor aanvullende activiteiten,

o.a. vanwege beperkingen qua vloer en opslag van materialen, geen aparte ontmoetingsruimte, e.d. en het verbod op concurrentie, in het bijzonder met de Tippe.

Door de jaren heen zijn de drie basisscholen in de regio, de SV Vledder ( omnisportvereniging, die veruit de grootste gebruiker is), de voetbalclubs BEW en Old Forward, korfbalvereniging Moedig Voorwaarts(Wapserveen) en handbalvereniging Wapse belangrijke gebruikers geweest.

Los van (vaak incidentele) sportactiviteiten is de laatste jaren een nuttige “verbreding” gevonden in:

  • Trainingsfaciliteit voor Trajectum
  • Verbinding met de omgeving :
    • Benutting gelden van reclameborden voor de sportverenigingen/-activiteiten.
    • Trimbaan aanleggen en onderhouden
    • “Eetcafé” voor ouderen in de kantine
    • Samenwerking met Stichting Aktiviteiten Vledder, b.v. Sinterklaas bijeenkomst
    • Benutten kantine en sportzaal voor “valcursus” voor ouderen ( Naobuur/sportcoaches)

 

Hoe nu verder na 2018??

 

Overleg met de gemeente over de toekomst van de sporthal en de inrichting van bestuur en beheer daarbij is in 2018 gestart. De gemeente wil de positie van de verschillende binnensportaccommodaties (naast de Spronk en de Hulsebosch als sporthal, ook de kleinere sportzalen in Diever en Havelte) evalueren, o.a. in het licht van veranderende klantenwensen en naderend groot onderhoud van de sporthal in Vledder. Het bestuur heeft daartoe een groot aantal vraagpunten en onderzoekswensen geformuleerd, op basis van de ervaringen in de laatste jaren.

In lijn met de verbredingsideeën (niet alleen de klassieke sport, maar bewegen in zijn algemeenheid) zijn in de laatste jaren meer plannen ontwikkeld, maar realisatie in een toekomstbestendige accommodatie vraagt

een langere termijn visie van de gemeente, investeringen (o.a. op energiegebied en voor aanvullende

faciliteiten) en een passende opzet van bestuur en beheer. Waarbij gemeente, sportverenigingen en

lokale maatschappelijke organisaties effectief samenwerken, met als doelstelling een bezettingsgraad van boven de 50%.

 

 

Tini Sanders ,voorzitter van het bestuur, januari 2019